dinsdag 27 augustus 2013

Coprolalie

Zelf heb ik maar een klein beetje last van coprolalie, dat is dwangmatig schelden en vloeken. Vorige week had ik drukke dag, ik hielp mijn moeder in haar grote tuin met onkruid wieden en de voegen tussen de tegels schoonmaken. Ik weet dat ik dan de nodige tics onderdruk omdat we samen zijn. Een dag later ben ik een beetje somber en dan helpt het om mijn tics en bewegingen los te laten. Er komt ook coprolalie los, ik zeg ‘neuken’ en ‘godverdomme’. Dat doe ik allemaal in huis, niemand heeft er last van.

Gisteren was ik op een verjaardag van vrienden. Het was gelukkig droog en we waren veel buiten rond een afgehuurde schaapskooi. Voor een verjaardag kun je geen rustgevender omgeving bedenken. Maar ja, je bent de hele tijd aan het praten en gesprekken aan het volgen. De dag er na is het weer raak, ik word bijzonder somber wakker in de overtuiging dat ik me de rest van mijn leven zo beroerd zal voelen. Ik laat de onderdrukte tics los, het zijn er veel meer dan na het tuinieren bij mijn moeder. En ja, daar zitten vloeken bij. Maar ik ben binnen, ondanks de tropische hitte, zo hebben ik en anderen geen last van mijn coprolalie en de rest van de tics. Ze loslaten is weer goed voor de stemming.

De coprolalie kwam laat in mijn leven, alsof ik dat met mijn streng gereformeerde achtergrond zo lang mogelijk had uitgesteld. Ik begrijp inmiddels dat mijn drukke gedrag van toen samenging met het onderdrukken van tics. Als ik hyper was, ging ik juist overdreven rustig doen en dan kwamen er bewegingen en tics uit. Uiteindelijk waren er ook de vloeken en de scheldwoorden, ik weet nog dat ik ze bewust toe liet, het was goed zo. 

Uit mijn werk fietste ik sinds die tijd een ommetje langs de snelweg. Daar kwam bijna niemand en in het geraas van de auto’s durfde ik wel keihard te schelden en te vloeken. Dat heeft een paar weken geduurd, misschien een paar maanden en toen was het al weer gaan minderen. Het was of ik in korte tijd uitte wat ik mijn hele leven al had opgespaard.

De coprolalie is er nu iedere dag. ‘s Avonds als ik in mijn bed lig, kost het me zeker een uur om in slaap te vallen. In dat uur komt de coprolalie aanzetten, fluisterend of in mijn hoofd. Dat uur is een saaie aangelegenheid, want al jaren komen er dezelfde geluidstics naar boven met weer die saaie woorden ‘neuken’ en ‘godverdomme’. 

Ik heb wel last van coprolalie, maar mijn omgeving heeft geen last van mij, en dat wil ik ook niet. Als ik onder de mensen ben, houd ik me gelukkig in. Een dag tuinieren of een verjaardag in het bos, ik hoef het gelukkig niet uit de weg te gaan. Maar door mijn ervaring zal ik coprolalie nooit bagatelliseren tot iets zeldzaams dat de meeste Touretters niet hebben. Coprolalie bestaat en vraagt om zorg, aandacht en behandeling.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen